1. Zorg voor een goede voorbereiding
Bedenk voor je begint eerst hoe je de klus aan gaat pakken. Zet een borstel en rol klaar. Indien nodig voorzie de ondergrond met een primer, plak alles goed af, dicht gaatjes, verzet objecten die in de weg staan. Zo voorkom je dat je midden in de verfklus moet stoppen.
2. Werk ‘nat-in-nat’
Baanvorming ontstaat onder andere door het snel opdrogen van de verf. Wanneer de eerste baan al droog is terwijl je de volgende baan rolt ga je overlap tussen de banen zien. Het is daarom belangrijk om je banen goed op te zetten: laat de randen van de banen elkaar raken terwijl de verf nat is. Daarmee krijg je een mooi egaal oppervlak.
3. Verdeel de taken
Moet er een groot oppervlakte in één keer geschilderd worden? Dan is het zeker aan te raden om met zijn tweeën te schilderen. Zo kun je sneller werken en heb je minder kans dat banen te snel opdrogen. Laat de ene persoon beginnen met de randen, zodat de ander het totaaloppervlak in een keer kan schilderen/invullen.
4. Let op licht en temperatuur
Zorg voor voldoende licht om tijdens het schilderen goed te kunnen zien wat je doet. Een goede bouwlamp zorgt ervoor dat je geen stukjes overslaat. Probeer de ruimte daarnaast op 17 tot 18 graden te houden, zodat de verf niet te snel opdroogt.
5. Wees niet te zuinig met verf
Hoe minder verf je gebruikt, hoe groter de kans dat je strepen creëert. Probeer dus niet te veel uit de rol te drukken. Hoeveel lagen je moet gebruiken, hangt af van de ondergrond, de kleur en de verf. Bij (dag)licht van opzij op de muur vallen strepen direct op, dus kijk kritisch naar je muur als de verf droog is en bepaal daarna of de muur nog een laagje nodig heeft.